Onze materialistische wereld: de prijs weten van alles, maar van niets de waarde

In 1984 zong Madonna “[…] we are living in a material world and I am a material girl”. In 1890 publiceerde Oscar Wilde published zijn (enige) roman The picture of Dorian Gray, met daarin de zinsnede: “Tegenwoordig weten mensen de prijs van alles, maar van niet de waarde”.

Herken je deze citaten als van toepassing op jezelf? “Natuurlijk niet”, hoor ik je denken, “er is meer in het leven dan geld alleen. Geld is slechts een middel tot een bepaald doel.” Maar als het het middel is tot veel van onze doelen, hoe onafhankelijk zijn wij dan van geld en hoe beïnvloedt dat ons?

Bhagavad-gita 15.1 (auteur onbekend, bron: https://asitis.com/gallery/plate35)
Krsna en Zijn eeuwige gezel, Radharani, zijn afgebeeld in Hun eeuwige verblijfplaats, Goloka Vrndavana. De omgekeerde boom eronder is de banyanboom, die de materiële wereld voorstelt, die een perverse afspiegeling is van de spirituele wereld. De halfgoden staan op de bovenste takken, de mensen op de middelste takken en de dieren op de lagere takken. Rechts is een man bezig zich los te maken van de boom door erin te hakken met zijn wapen ‘onthechting’.
Wat is geld?

Toen ik op school op 13-jarige leeftijd mijn eerste economieles kreeg, werd mij geleerd dat ‘geld is een ruilmiddel, een rekeneenheid en een oppotmiddel’. Ik wil graag onderzoeken hoe deze verschillende toepassingen van geld hun beslag krijgen in het leven en welke onderliggende aannames gemaakt worden over geld die consequenties hebben voor hoe wij betekenis of waarde toekennen aan de wereld.

Geld als ruilmiddel

Is het niet vreemd dat we bereid zijn iets volledig nuttigs zoals een brood te ruilen voor een stuk papier, een munt of zelfs een getal op een electronisch scherm dat groter wordt? We zijn daartoe blijkbaar alleen bereid als we geloven dat we deze ‘valuta’ weer kunnen ruilen voor iets anders dat nuttig is voor ons. Veel is reeds geschreven over dit zogenaamde fiduciaire aspect van geld (afgeleid van het latijnse fides wat ‘geloof’ in de zin van ‘vertrouwen’ betekent).

Edna & Uriel Foa waren vooraanstaande academici in de jaren 1970 en 1980 die de zogenaamde ‘resource theory of social exchange’ uitdroegen (ietwat onbeholpen te vertalen als ‘hulpbrontheorie van sociale uitwisselingen’). Zij onderscheidden verschillende categoriën van hulpbronnen die mensen uitruilen in hun onderlinge omgang. De afbeelding hieronder beeldt deze categoriën af.

Bron: http://www.springer.com/978-1-4614-4174-8

Merk op hoe de horizontale as een onderscheid maakt tussen ‘abstracte’ en meer ‘concrete’ hulpbronnen. Op de verticale as wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘universele’ (algemene) hulpbronnen en ‘particuliere’ (specifieke) hulpbronnen, ofwel hulpbronnen die nuttig zijn als hulpbron, omdat hen een specifieke betekenis wordt toegedicht door de mensen die in dat geval met elkaar iets uitwisselen. Het betekent dat deze hulpbronnen een bepaalde betekenis krijgen toegedicht die hen waarde verleent.

Vergelijk dit met Hannah Arendts aspecten van menselijke activiteit (vita activa) die zij onderscheidde, namelijk: ‘arbeid’, ‘werk’ en ‘handelen’. Het is belangrijk op te marken dat activiteiten tegelijkertijd alle drie deze aspecten kunnen en vaak zullen hebben, dus ze sluiten elkaar niet wederzijds uit, maar ze komen in elke activiteit in wisselende verhoudingen voor. ‘Arbeid’ verwijst hier naar het aspect van in het eigen levensonderhoud te voorzien, ‘werk’ verwijst naar het creëren of produceren van iets en ‘handelen’ verwijst naar het zichzelf uitdrukken in de activiteit. ‘Handelen’ is altijd gericht op een ander persoon en sluit ook het spreken in. Handelen is het aspect waarmee we onszelf onderscheiden van anderen als unieke, onvervangbare wezens. En het is door het handelen dat we een identiteit ontwikkelen en daarmee betekenis voor anderen. Dus een journalist die een artikel schrijft omvat zowel ‘arbeid’ (hij verdient zijn loon om in zijn levensonderhoud te voorzien), werk (het vervaardigen van een artikel) en handelen (het uitdrukken van zijn waarden in het artikel, zelfs als deze waarden objectiviteit en neutraliteit zijn). Met een vriend praten is meestal zuiver handelen.

Als we Foa & Foa’s theorie combineren met die van Arendt zou men kunnen redeneren dat ‘specifieke’ hulpbronnen betekenis moeten hebben en waarde moeten uitwisselen, omdat ze voortkomen uit Arendts aspect ‘handelen’. ‘Universele’ hulpbronnen worden dan ontleend aan activiteiten waarin ‘arbeid’ en ‘werk’ meer nadruk hebben. ‘Diensten’ (‘services’) zin dan interessante hulpbronnen aangezien ze zowel ‘specifiek’ zijn voor de ontvanger, maar eenvoudigweg ‘werk’ kunnen zijn voor de gever – denk bijvoorbeeld aan een zorgmedewerker. De kwaliteit van de dienstverlening is dan afhankelijk van de hoeveelheid ‘handelen’ die de zorgmedewerker in de activiteit legt, door de ‘dienst’ toe te snijden op de ontvanger.

Welke rol speelt geld in de uitwisseling?

Ik vind Foa & Foa’s werk fascinerend, omdat ze vaststelden dat geld, als hulpbron die niet specifiek ofwel bijzonder is voor de betrokken individuen (en wat ook precies de bedoeling van geld is), ongeschikt is als ruilmiddel voor een meer ‘specifieke’ hulpbron (zoals status of liefde). Waarom is dat zo? Ik poneer dat dit is omdat het uitwisselen van meer specifieke hulpbronnen gepaard gaat met het uitdrukken van een heel persoonsgebonden betekenis tussen de betrokkenen – het vereist ‘handelen’. Met andere woorden, het geven van geld kan niet echt een bijzondere betekenis uitdrukken en is niet erg geschikt om te ruilen tegen liefde of (in mindere mate) status, omdat het geven van geld minder ‘handelen’ inhoudt. Dit is voor mij nog een argument voor waarom werken voor geld alleen weinig voldoening geeft. Want als dat wel het geval zou zijn, waarom hechten we zoveel belang aan erkenning en waardering (ofwel het ontvangen van een bepaalde ‘status’ of ‘liefde’ door middel van een handeling van een ander).

Maar waarom laten we dan zo veel levenskeuzes afhangen van geld, ook als we onze basisbehoeften vervuld hebben? En beseffen we wat de gevolgen zijn voor onze relaties (zoals die met collega’s of buren), als onze uitwisselingen hierbinnen uitgevoerd worden met voornamelijk ‘algemene’ hulpbronnen? Het betekent dat we de kans laten schieten om een meer betekenisvolle relatie op te bouwen die gebaseerd is op meer ‘specifieke’ hulpbronnen.

Bron: http://www.springer.com/978-1-4614-4174-8
Geld als rekeneenheid

Denkend aan geld als rekeneenheid, wat drukt het precies uit? Het drukt uit het economische nut van het een ten opzichte van het ander. Economisch nut wordt begrepen als de totale bevrediging die het consumeren van een goed of dienst met zich meebrengt. Als appels elk EUR 1 kosten en peren EUR 2 elk, dan worden peren als tweemaal zo nuttig of bevredigend bevonden als appels. Maar nuttiger voor wie? Prijzen die tot stand komen op marketen met volledige vrij verkeer van vraag en aanbod weerspiegelen slechts een evenwichtspunt waarop de ‘gemiddelde’ uitkomst van de nutsvergelijking tussen vraag en aanbod in evenwicht is. Dus marktprijzen zeggen noch persé iets over het nut van een product voor mij, noch iets over het objectieve nut, omdat er geen absoluut nut bestaat van een goed. Het is altijd relatief ten opzichte van andere goederen en diensten; het is een gemiddeld van het subjectieve nut voor verschillende leden van een gegeven groep.

Hier zij nog opgemerkt, dat afgaande op Foa & Foa, het nut of de voldoening voortkomende uit status of liefde niet in geld kan worden uitgedrukt.

Geld drukt ook de kosten voor mijn emplooi (een activiteit in Arendts termen) voor mijn werkgever uit ten opzichte van zijn omzet of winst. Maar bepaalt mijn salaris daarom ook hoe mijn baan door anderen gewaardeerd wordt? Als dat zo zou zijn zouden we die waardering afhankelijk maken van een transcendente entiteit, namelijk de markt – NIET van de specifieke waardering van andere mensen. We zouden status ontlenen aan het tonen van (financiële) macht. Arendt volgend, worden we meestal alleen gecompenseerd for ons ‘werk’ (datgene wat we produceren), maar niet voor wat deze activiteit betekent voor anderen in termen van ‘handelen’. Dat de waarde die mensen aan bepaalde banen hechten nogal kan verschillen van hun relatieve marktprijs (of -waarde) als werknemer is wel gebleken toen velen van ons onze waardering uitdrukten voor medisch personeel die zorgden voor COVID-19 patiënten door ze publiekelijk voor ze te applaudiseren (een ‘handeling’ in Arendts termen, die ‘status’ als hulpbron in Foa & Foa’s termen overdraagt), terwijl hun salarissen hetzelfde bleven. Het omgekeerde gold voor bankiers na de financiële crisis van 2008.

Het punt hier is dat geld uiteindelijk niet de betekenisvolheid van een baan bepaalt. Als je het geld gewoon nodig hebt is dit iets waarvan je het je kunt veroorloven je er druk over te maken. Maar als je meer geld verdient dan je echt nodig hebt, kun je beginnen hierover na te denken.

Relatief zinvolle banen bevatten meer ‘handelen’ en wisselen meer specifieke hulpbronnen als ‘status’ en ‘liefde’ (zorg) uit.
Bron: https://online.olivet.edu/news/study-millennials-conflicted-pursuit-meaningful-work
Relatief zinvolle banen bevatten meer ‘handelen’ en wisselen meer specifieke hulpbronnen als ‘status’ en ‘liefde’ (zorg) uit.
Bron: https://online.olivet.edu/news/study-millennials-conflicted-pursuit-meaningful-work
Geld als oppotmiddel

Ik werd van jongs af aan aangemoedigd om geld te sparen en dat is me altijd bijgebleven. Economen definiëren spaargeld als ‘uitgestelde consumptie’. In de tussentijd wordt spaargeld ‘opgeslagen’ op een bankrekening ofwel opgepot.

De recente negatieve rentetarieven drukken uit dat de waarde van het bezitten van geld nu lager is dan het bezitten van geld in de toekomst. Afgezien van de intentie hierachter, namelijk het aanmoedigen van consumptie en investeringen, zoals gewoonlijk het doel is geweest van het verlagen van rentetarieven, reiken de filosofische implicaties verder.

Want wat betekent het dat je nu geld moet betalen om je eigen geld te bezitten? Impliceert dit niet dat geld zijn kredietwaardigheid (afgeleid van het latijnse credere – ‘geloven’) als oppotmiddel aan het verliezen is en daarmee zijn nut als een toekomstig ruilmiddel?

Om eerlijk te zijn, deze kritiek geldt niet geld als concept, maar slechts de valuta die we momenteel als geld gebruiken. Echter, het zou een voorbode kunnen zijn dat we in een overschakeling zitten naar alternatieve valuta of zelfs alternatieve hulpbronnen om (economische) uitwisseling te faciliteren. Want is dat bijvoorbeeld niet waar maatschappelijk verantwoord ondernemen om draait; dat we het nut van een organisatie niet reduceren tot de hoeveelheid geld die zij produceert als hulpbron?

Of om terug te keren naar deze kwestie op individueel niveau: wat heb je er aan om, in ruil voor ‘werk’ geld te verdienen boven de hoeveelheid die je dagelijks nodig hebt, als je ook je tijd zou kunnen besteden aan activiteiten die meer betekenis geven, meer status en liefde overbrengen, die werkelijk bevredigend zijn?

The picture of Dorian Gray by Ivan Albright 1943-44.
Dorian Gray is het onderwerp van een portret ten-voeten-uit door Basil Hallward, een schilder die onder de indruk en ingenomen is met Dorians schoonheid; hij geloofd dat Dorians schoonheid een nieuwe inspiratie in zijn kunst heeft gebracht. Door Basil ontmoet Dorian Lord Henry Wotton, en binnen de kortste keren is hij in de ban van deze aristocraat zijn hedonistische kijk op het leven: dat schoonheid en zinnelijk genot de enige nastrevenswaardige zaken zijn in het leven.
Zich realiserend dat zijn schoonheid zal vergaan, wenst Dorian zijn ziel te verkopen, zodat zijn portret in plaats van hemzelf zal verouderen. Deze wens wordt vervuld en Dorian leidt voortaan een losbandig leven met verschillende amorale ervaringen, terwijl hij jong en mooi blijft, terwijl zijn portret steeds ouder en lelijker wordt, elke begane zonde weerspiegelend.
De waarde van geld heroverwogen

De moderne samenleving heeft geld nodig. Er is niets verkeerd aan geld an sich, omdat het heel nuttig, om niet te zeggen een noodzakelijke voorwaarde is om goederen en diensten uit te wissen in grote productienetwerken (economiën), waarin niet alle deelnemers elkaar kunnen kennen. Onze welvarende manier van leven is afhankelijk van de rol die geld vervult. Echter, terwijl de cohesie van onze samenlevingen afneemt, omdat veel van onze relaties korte-termijn en opportunistisch van aard zijn met mensen die over de hele wereld verspreid wonen, zijn we gedwongen om meer en meer op geld terug te vallen als universeel ruilmiddel. We zijn eraan gewend geraakt om vele dingen in het leven in monetaire termen uit te drukken.

Ik denk dat de reden dat zo veel mensen tegenwoordig op zoek zijn naar zin in het leven, is omdat we de hulpbronnen kwijt zijn geraakt om in ‘betekenisvolle uitwisselingen’ deel te nemen die echte waarde toevoegen binnen stabiele, langdurige, nabije relaties. We zijn deze hulpbronnen kwijt geraakt, wellicht omdat we de vaardigheid verleerd hebben om ‘status’ en ‘liefde’ te geven aan anderen die we niet goed kennen, terwijl we meer en meer wantrouwig worden jegens anderen, we ons in toenemende mate bedreigd voelen door ontwikkelen en systemen die ons te boven gaan.

We kunnen de geschiedenis niet terugdraaien en moeten we ook niet willen. Maar de weg naar een leven in een meer betekenisvolle samenleving begint met je realiseren dat geld slechts een van vele hulpbronnen is onze sociale uitwisselingsrelaties and het meestal tekortschiet om iets van zin of betekenis mee te realiseren. Dat betekent niet dat geld er niet toe doet. Maar het betekent wel dat we moeten leren om datgene wat we werkelijk waarderen in het leven uit te drukken en uit te ruilen met betekenisvolle anderen.

De verloren zoon – Rembrandt van Rijn ca. 1668, naar Lucas 15:11-32
Tijd om onze prioriteiten te overdenken?

Krijg elk kwartaal gratis nieuwe inspiratie!

Goeie website? Deel het graag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *