Waarom je identiteit ertoe doet, maar authenticiteit een illusie is

De termen identiteit en authenticiteit duiken tegenwoordig overal op zo lijkt het. Wie je bent is uiteraard belangrijk. Voor jou, maar ook voor anderen. Het bepaalt niet alleen wie jij ten opzichte van anderen bent, maar het bepaalt vervolgens ook wat anderen van jou verwachten. En wat jij van jezelf verwacht. Zodoende kan je identiteit je zelfs beperken in het behalen van je doelen. Of het kan je naar de sterren doen reiken. Maar als anderen medebepalen wie we zijn, is ‘authenticiteit’ geen illusie? Het onderzoeken en begrijpen van hoe identiteit ‘werkt’ kan je helpen om met dit gevoelige onderwerp om te gaan.

This image has an empty alt attribute; its file name is 1024px-John_William_Waterhouse_-_Echo_and_Narcissus_-_Google_Art_Project-1903.jpg
Je identiteit is het beeld dat anderen van je hebben. Geöbsedeerd raken met je zelfbeeld verhoed je om betekenisvolle relaties met anderen aan te gaan (zoals Narcissus).
Aan de andere kant, geen uitdrukking aan je ware gevoelens kunnen geven kan je verhoeden je diepste verlangens te realiseren (zoals Echo).
Echo en Narcissus door John William Waterhouse (1903).
Identiteit: toegeschreven eigenschappen, gelinkt aan waarden

Wie ben jij? Hoe stel jij jezelf voor aan een groep mensen die je nog niet kent? We beginnen vaak met het zeggen van onze naam. Soms vervolgens we met waar we vandaan komen en/of waar we wonen of waar onze wortels liggen. Soms voelen mensen zich geroepen hun leeftijd te vertellen. Je kunt ook over hobbies praten, of je een partner hebt, getrouwd bent of kinderen hebt. Je kunt ook iets vertellen over wat je voor werk doet en waar, eventueel inclusief vrijwilligerswerk.

De manier waarop je jezelf voorstelt kan verschillen afhankelijk van de context: je vertelt je nieuwe buurman of – vrouw waarschijnlijke andere dingen over jezelf dan je aan een nieuwe collega doet of aan iemand die je net op een feestje hebt ontmoet.

Waarom stellen we onszelf eigenlijk voor aan anderen? Gewoon omdat dat gebruikelijk is, net als handen schudden? Eén reden kan zijn om de angst voor de onbekende weg te nemen, die kan uitgaan van ‘vreemden’. Als we ze eenmaal ‘kennen’ kunnen we bepalen of we iets van ze te vrezen hebben. Of juist niet.

Tegenovergesteld aan het wegnemen van angst is het benadrukken van de kansen die jou leren kennen met zich meebrengt voor een vruchtbare samenwerking; daar gaat het bij netwerkborrels of banenmarkten vaak om.

Soms dikken we onze introductie een beetje aan door over gebeurtenissen of avonturen te praten die indruk op onze gesprekspartner zouden kunnen maken. We verwachten haar of hem als zodanig te reageren, waarbij ze bevestigen dat we inderdaad best cool zijn.

En dan heb ik het nog niet gehad over alle non-verbale communicatiemiddelen die we gebruiken om onszelf ‘voor te stellen’: kleding, sierraden, onze auto, enz.

De bovenstaande voorbeelden gaan allemaal over het bepalen van verwachtingen: waarderingen over het (on)nut dat wij voorstellen te hebben voor anderen, waar we staan in de pikorde of bij wat voor soort mensen we willen horen.

Deze waarderingen en rangordening gaan uit van een gedeelde set waarden. Als ik je vertel dat ik afgelopen weekend op jacht ben geweest en daarbij een wild zwijn heb geschoten, waarbij ik verwacht dat jij dat heel ‘cool’ vindt, maar jij reageert verafschuwd, omdat jij vindt dat ‘dieren voor de lol doodschieten’ verschrikkelijk is: we hebben verschillende waarden. Je voorstellen dient derhalve ook om gedeelde waarden vast te stellen of te bepalen.

Dus identiteit lijkt te draaien om het toeschrijven van bepaalde kwaliteiten, kenmerken en/of eigenschappen aan een persoon, in relatie tot een bepaalde gedeelde waarde.

This image has an empty alt attribute; its file name is The_Ugly_Duckling-Miles-Winter-1916.jpg
Identiteit draait om toegeschreven kenmerken, die door anderen geëvalueerd worden.
Het lelijke eendje door Miles Winter (1916).
Identiteit laat onze sociale structuur efficiënt functioneren

Waarom gaat onze identiteit niet alleen over onszelf, maar ook over onze relatie met anderen?

Zoals de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt zei, leven wij mensen altijd samen als ‘meervoudige’ wezens. Wanneer we handelen “voegen we onszelf in de wereld in”, waardoor we onze “andersheid en individualiteit” uitdrukken. Zodoende manifesteert ons handelen zich altijd in relatie tot een ander, die getuigt van het verhaal over wie wij zijn.

Mensen zijn sociale dieren, wat inhoudt dat we geneigd zijn samen te werken. We doen dat in formele vooropgezette structuren die we organisaties noemen. Maar ook in informele, spontane contexten. Bijvoorbeeld, als ik mijn treinkaartje laat vallen op het perron en een onbekende pakt hem op om hem aan me terug te geven.

Onze aanleg tot samenwerking veronderstelt dat we een bepaalde inschatting en waardering van elkaar hebben, die bepaalt hoe we verwachten dat anderen zich zullen gedragen, zullen handelen in bepaalde situaties. Zodoende communiceert identiteit niet alleen bepaalde kenmerken, maar bepaalt die ook geïmpliceerde verwachtingen en grenzen aan ons gedrag. Het omschrijft de rol die we spelen.

Als zodanig ‘bemiddelt’ onze identiteit op welke manier we met anderen in verbinding staan, opdat we effectief met ze kunnen samenwerken. De sociale structuur die aldus ontstaat is een centraal aspect van het menselijk functioneren.

Je handelen bepaalt wie je bent. Wie je bent bepaalt je handelen.

Hoe beïnvloedt onze identiteit ons handelingsrepertoire; datgene waartoe we in staat zijn?

De Britse anthropoloog en medegrondlegger van de cybernetica, Gregory Bateson, heeft een theorie ontwikkeld over hoe mensen leren. Neurolinguïstisch Programmeren-expert Robert Dilts heeft dit, aangevuld met zijn eigen ideeën, samengebracht in onderstaand model.

Model van de ‘logische leerniveaus’ gebaseerd op de werken van Gregory Bateson en Robert Dilts.

Dit model beschrijft hoe mensen ‘leren’ om een bepaald (zingevend of betekenisgevend) doel (aan de top van de piramide) te bereiken in een gegeven context of omgeving (basis van de piramide). Laten we dit uitleggen door ons een beginnende tennisser voor te stellen, wiens doel het is een goede tennisser te zijn/worden. We lopen de piramide van beneden naar boven af.

Als een situatie ons niet aanstaat zullen we ‘handelen’ of ‘gedrag’ uitvoeren om die situatie te veranderen (bijvoorbeeld, onze tennisser probeert de bal harder te slaan). Als ons handelen niet effectief is, moeten we dit (her)evalueren en onze ‘vaardigheden’ of ‘competenties’ verbeteren (onze tennisser leert dat hij zijn racket anders moet vasthouden). Dit is vergelijkbaar met de concepten van ‘single loop’ en ‘double loop’ leren zoals ontwikkeld door Argyris and Schön

Stel je nu voor dat er eigenlijk niets (meer) mankeert aan onze vaardigheden, maar nog steeds bereiken we ons doel niet. Wellicht dat we onze waarden en overtuigingen moeten aanpassen over hoe we te handelen hebben in de omgeving (onze tennisser rent zich rot en leert dat, zelfs wanneer hij zijn racket goed vasthoudt, hij niet elk punt hoeft te winnen, om toch een ‘game’ te winnen). Op het volgende niveau, identiteit, leert hij dat een goede tennisser iemand is die zijn punten kiest (‘pick your battles‘), dus hij kiest de ballen waar hij voor gaat en die welke hij laat gaan. Hij hoeft niet na elke opslag absolute superioriteit te laten zien. Hij heeft geleerd een andere ‘rol’ te spelen. Aan de top van de piramide, het doel, leert hij dat bewijzen dat je een goede tennisser bent door te wedstrijden te winnen, niet draait om zoveel mogelijk punten te winnen gebaseerd op superieur spel, maar dat het erom gaat minder punten te laten liggen dan je tegenstander, gebaseerd op het omgaan met je eigen tekortkomingen.

Dit is een hele eenvoudige en korte uitleg van dit model. Het is interessant op te merken dat de lagere niveaus van de piramide bijdragen aan je identiteit en die uiteindelijk vormen. We zouden kunnen zeggen, dat wie we zijn bepaald wordt door hoe we handelen en alles wat daar tussen ligt. En omgekeerd, dat als we ons gedrag fundamenteel willen veranderen, we soms opnieuw naar onze doelen moeten kijken en wie wij zijn in relatie daartoe en in relatie tot anderen: welke rol we te spelen hebben.

Zodoende bepaalt onze identiteit voor een groot gedeelte waartoe we in staat zijn. En/of we voldaan kunnen zijn over wat we bereiken.

This image has an empty alt attribute; its file name is John-McEnroe-1982-1024x698.jpg
Niet je eigen overtuigingen ter discussie stellen, maar die van anderen, zou je van het leren van de juiste les kunnen weerhouden.
John McEnroe in discussie met een umpire op Wimbledon in 1982.
Je krijgt niet altijd wat je wilt; je kunt niet altijd zijn wie je bent

Echter, we hebben hierboven gezien dat onze identiteit niet iets is dat we volledig zelf onder controle hebben. We hebben anderen nodig om onze identiteit te bevestigen, zodat we in een sociaal verband effectief kunnen interacteren. Dit is in een notedop de onophoudelijke evenwichtstruc die wij mensen moeten uitvoeren: 1) te zijn wie je (voor jezelf) moet zijn om je doelen om te zetten in concreet resultaat, en tegelijkertijd; 2) erkend te worden door anderen om te zijn wie je (voor hen) moet zijn om daarbij door hen in staat te worden gesteld om je doelen te verwezenlijken. Echo heeft Narcissus nodig.

Een paar tragische voorbeelden hiervan: de getalenteerde medewerker die voortdurend een promotie ontzegd wordt door hun meerderen, omdat ze een andere opvatting van ‘leiderschap’ hebben dan zij. Degene die niet van een ander mag houden, omdat het tegen de verwachtingen van de maatschappij van ‘normale’ liefdesrelaties ingaat. Degene die een volkomen passend cv heeft, maar niet voor een sollicitatiegesprek wordt uitgenodigd, omdat hun achternaam wijst op een vreemde etnische achtergrond of herkomst.

Dit is tragisch, omdat de persoon in kwestie weinig aan deze fundamentele aspecten van hun persoonlijkheid kan doen ‘om een andere rol te spelen’, maar toch gehinderd wordt hun volle potentieel te bereiken. Maar het is ook tragisch, omdat de betrokken gezaghebbende groepen toch ook een regelend systeem van normen nodig heeft om überhaupt te kunnen functioneren en die dus niet zomaar aan de kant kan schuiven. Het is niet dat de normen niet kunnen veranderen; het vereist alleen een collectief, en daardoor traag, leerproces op het niveau van overtuigingen (en waarden) om het gedrag van de maatschappij als geheel te veranderen.

This image has an empty alt attribute; its file name is Smoking-is-good-for-you.jpg
De maatschappij leert traag. Een advertentie uit de jaren 1940 toont een dokter, die een andere houding tegenover roken aanneemt dan hoe er tegenwoordig in het algemeen over roken wordt gedacht.
De illusie van authenticiteit

Iemands identiteit is altijd belangrijk geweest, aangezien het van fundamenteel belang is voor de menselijke aard tot samenwerking, zoals hierboven duidelijk moge zijn gemaakt. Maar identiteit en authenticiteit lijken de laatste tijd obsessievelijk veel aandacht te krijgen, hoewel gesteld zou kunnen worden dat individuen meer mogelijkheden dan ooit hebben om te zijn wie ze willen zijn.

Ik vraag me af of die vrijheid en mogelijkheden eigenlijk geen onderdeel van het probleem vormen. Kerken, overheden, scholen, ouders en andere instituties, die gezaghebbende macht hadden om te bepalen hoe we ons hadden te gedragen en daardoor te bepalen wie we moesten zijn, hebben deze macht niet meer – wat denk ik over het algemeen een goede zaak is. We worden voortdurend aangemoedigd om te zijn wie we maar willen zijn. Echter, iemands identiteit is altijd relationeel en daardoor mede-afhankelijk van andermans instemming en erkenning. Het is wie we zijn voor anderen.

Ik vraag me af of deze valse vrijheid van zogenaamd authentiek ‘jezelf bepalen’ niet een vacuüm creëert, waarin (vooral jonge) mensen ermee worstelen zin en betekenis in hun leven te ontdekken wanneer er geen verwachtingen en eisen aan hen worden gesteld (door anderen).

Waar de maatschappij minder dicht bevolkt is geraakt met specifieke waarden en normen, vereist deze mate van authentiek ‘jezelf bepalen’ ook een navenante mate van onverschilligheid van de rest van de maatschappij, waardoor die een meer anonieme en wellicht betekenisloze plek wordt (want ons handelen wordt vaak alleen betekenisvol in relatie tot anderen, zoals Hannah Arendt en Viktor Frankl hebben uitgelegd).

Echter, de maatschappelijke uitnodiging tot het bepalen van je eigen identiteit en authenticiteit is ook tegenstrijdig, omdat, terwijl de maatschappij verkondigt om ‘te zijn wie je wilt zijn’, veronderstelt dit ook dat de maastchappij waardenvrij en niet vooringenomen is, wat niet zo is, omdat ze helemaal niet zo kan zijn; de maatschappij heeft bepaalde waarden en normen nodig om onderlinge samenwerking mogelijk te maken.

Tenslotte, als iemand eenmaal een bepaalde ‘authentieke’ identiteit claimt, op basis van hun ‘recht zichzelf te bepalen’, lijken velen ook te verwachten dat anderen verplicht zijn die identiteit te aanvaarden en zelfs te waarderen. Gezien het feit dat identiteit relationeel is, is dit een onrealistische verwachting, hoewel een begrijpelijke wens. Eisen dat iemand je accepteert, hoewel dat redelijk klinkt, ontzegt diegene ook het recht op hun eigen mening. Hoewel het natuurlijk onzinnig is iets af te keuren in andermans persoonlijkheid dat ze niet kunnen veranderen.

De gemene deler van al deze kwesties is het ‘oordelen over anderen’. Als we anderen zonder oordeel kunnen bejegenen onstaat er veel meer ruimte om vreedzaam naast elkaar te kunnen bestaan. Het vereist moed om anders te zijn. Maar het vereist ook moed om verschillen te tolereren. En het vereist inventiviteit om uitdagingen en de middelen en rollen om ze aan te gaan anders te benaderen. Net als ‘geduld’, dat vereist is voor een kalme dialoog om elkaars behoeften beter te begrijpen.

We zijn ver gekomen. Maar het doel is niet het bereiken van absolute authenticiteit die we zelf bepalen; het doel is leren leven in onderlinge afhankelijkheid.

En we zouden onszelf een groot plezier doen door de behoefte om ‘authentiek’ te zijn los te laten, aangezien de context waarin we ons bevinden bepaalt wie we zijn en die verandert de hele tijd. Het is beter om (minder on)gemakkelijk met verandering om te gaan en te aanvaarden dat we ‘wie we zijn’ navenant aanpassen.

This image has an empty alt attribute; its file name is Castaway-1024x698.jpg
Zelfs wanneer we op een onbewoond eiland gestrand zijn hebben we iets nodig om onszelf toe te verhouden, dat ons bevestigt wie we zijn.
Beeld uit de film Cast Away (2000), waarin het door Tom Hanks gespeelde karakter, Chuck Noland, gestrand is op een onbewoond eiland en een volleybal verandert in zijn ‘maatje’ Wilson. (AP Photo/20th Century Fox and Dreamworks LLC).

Krijg elk kwartaal gratis nieuwe inspiratie!

Deel het graag!