Wordt een ‘leuk’ leven leiden overschat?

Een jaar geleden stopte ik met werken. Ik kijk er nog steeds op terug als een goede beslissing, maar wel met gemengde gevoelens. Slaat de twijfel nu toe?

This image has an empty alt attribute; its file name is Roberto-Bompiani-Il-Parassita-1875.png
Het leiden van een luizeleven is geen panacea
Roberto Bompiani – Il parassita [de parasiet] (1875)

Mijn verhaal over stoppen met werken op mijn 41ste is niet uniek. Er zijn elke dag bosjes mensen die hun baan opzeggen. Maar één categorie ‘stoppers’ heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken voordat ik zelf stopte. Het is de groep mensen die besloten heeft dat ze hun leven op hun eigen voorwaarden zouden leven. ‘You only live once’ (yolo) is inmiddels een bekende uitdrukking, dus carpe diem (pluk de dag) en geniet!

De laatste paar jaar zijn er verschillende bloggers opgestaan die tot de zogenaamde FIRE-beweging behoren. FIRE staat voor ‘financially independent, retired early‘; jong rentenieren dus. Ze hebben vaak rond hun 40ste een ‘passief inkomen’ gerealiseerd, waar ze nu van leven. Toen ze nog werkten leefden ze zuinig en spaarden ze zoveel mogelijk van hun inkomen. Het spaargeld werd geïnvesteerd in onroerend goed en/of (dividend)aandelen, die zogenaamde passieve inkomsten genereren die nu hun levensonderhoud bekostigen. Dit heeft ze de mogelijkheid gegeven te stoppen met werken en ‘uit het leven te halen wat er in zit’, zogenaamd.

Ik heb sommige van die blogs gelezen en wat ik zeker herken is dat deze mensen meer ‘in het moment’ lijken te leven. Hun aandacht wordt niet langer afgeleid door altijd op de achtergrond aanwezige werkverplichtingen. De ‘quality time’ die ze met hun kinderen doorbrengen wordt niet overschaduwd door een zeurend stemmetje over wat allemaal nog gebeuren moet wanneer het weer voorbij is. In plaats van werktijd die onderbroken wordt door ‘quality time’, weekenden en vakanties, wordt ‘in het moment leven’ slechts onderbroken door een paar noodzakelijke huiselijke klusjes. Waarom is dit zo’n andere ervaring?

This image has an empty alt attribute; its file name is guy-in-hammock-looking-at-the-lake-mathieu-b-morin.jpg
Rentenieren: en wat nu?
Foto door Mathieu B. Morin
Ik en jij

Onlangs heb ik Martin Bubers boekje ‘Ik en jij‘ uit 1923 gelezen. Het is een kort filosofisch boek, maar ik denk dat het nog steeds vrij toegankelijk is voor leken. Dus ik beveel het van harte aan als vakantieboek. Waar Bubers theorie op neer komt is dat onze aandacht voortdurend schakelt tussen twee modi, die hij ‘ik-het’ en ‘ik-jij’ noemt.

We zitten normaliter in de ‘ik-het’ modus, waarin we onszelf zien als omgeven door dingen waarmee we ons een baan door het leven navigeren, door die dingen ons tot nut te laten zijn. In deze modus denken we ‘instrumenteel’ en functioneel geörienteerd: ‘Hoe kan ik doel X bereiken?’; ‘What kan ik gebruiken om daar te komen?’; ‘Wie moet ik inschakelen om me daarbij te helpen?’. Zoals de laatste vraag al aangeeft kan een ‘het’ ook een ander mens zijn. We benaderen die mens dan echter meer als ‘gereedschap’ (middel) dan als ‘persoon’: de bakker is ‘een stuk gereedschap’ dat ik nodig heb om aan brood te komen.

This image has an empty alt attribute; its file name is Martin_Buber.jpg
Martin Buber (1878-1965)

Echter, dit verandert allemaal in de ‘ik-jij’ modus. In plaats van gedreven te zijn door een drang om een bepaalde behoefte te bevredigen en ‘objecten’ om ons heen als middelen daartoe te zien, heeft onze aandacht in de ‘ik-jij’ modus slechts een ‘ontvangend’ karakter. We gaan als het ware een relatie aan met wat we ontmoeten en onze aandacht wordt tijdelijk volledig in beslag genomen door, gaat volledig op in die relatie. Deze ‘ik-jij’ modus kan niet alleen voorkomen in betrekking tot mensen (bijv. de bakker blijkt ‘een persoon’ te zijn), maar ook in relatie tot de natuur, kunst of muziek bijvoorbeeld. Voor Buber was het ook het bepalende element van religieuze beleving.

“Alles wirkliche Leben ist Begegnung” [Al het werkelijke leven is ontmoeting]

Martin Buber

Ik geloof dat Buber probeerde te omschrijven wat we nu onderdeel van ‘in het moment leven’ noemen (hoewel die term er niet volledig recht aan doet). Het is altijd van tijdelijk aard, omdat we ook de ‘ik-het’ modus nodig hebben om te overleven (we hebben de bakker nodig in zijn hoedanigheid als broodleverancier, we kunnen ons niet alleen maar verwonderen over zijn persoonlijkheid). Maar de balans meer verschuiven richting ‘ik-jij’ geeft grote voldoening, zo heb ik ervaren.

Wat ik aan Bubers denken waardeer is dat ik mezelf nu vaak afvraag in welke denkmodus ik zit. Wanneer ik met een ander praat stel ik mezelf dezelfde vraag. Vaak tref ik mijzelf dan in de ‘ik-het’ modus aan. Maar wanneer ik mezelf dwing met meer aandacht voor mijn gesprekspartner te luisteren ontdek ik andere aspecten aan die persoon; namelijk zijn of haar persoonlijkheid als zodanig, en schep ik er een genoegen in even in een betrekking te staan tot die ander, hoe kort dan ook. Op dezelfde manier probeer ik schoonheid te zien in de dingen om mij heen. Maar welk perspectief geeft dit op de drang te stoppen met werken?

This image has an empty alt attribute; its file name is iStock-492499085-child-magnifying-glass-1024x682.jpg
Een open, onderzoekende houding naar de wereld toe leek gemakkelijker op te brengen toen we jonger waren
Op het ‘ik’ focussen brengt ons niet dichter bij het ‘jij’

Veel verhalen over leven zonder werkverplichtingen draaien om eindelijk kunnen doen wat je altijd al wilde doen, alsof alleen de dingen die ‘IK. WIL. DOEN.’ je gelukkig kunnen maken. De reden dat ik de woorden hiervoor even in hoofdletters met punten heb geschreven is zodat we hun betekenis wat beter kunnen doordenken.

Focussen op ‘ik’ leidt er vaak toe dat we anderen en andere objecten als een ‘het’ gaan zien. Alleen maar najagen wat ik ‘wil’ dwingt me tot ‘ik-het’ denken om dit te bereiken. Denken dat het leven draait om ‘doen’, weerhoudt me ervan om stil te staan bij de dingen en eenvoudigweg te observeren en te ontvangen.

Laten we dit terugbrengen naar het werk. Werken is per definitie een instrumentele bezigheid. Het gaat om het steeds vinden van de juiste middelen, om zelf als werktuig te fungeren, om bepaalde doelen te bereiken, wat ‘ik-het’ denken vereist. Zodoende is het vrij logisch dat er een natuurlijk spanningsveld bestaat tussen behandeld worden als werknemer (een middel) en behandeld worden als persoon (een doel op zichzelf). Je werkt immers, omdat je werknemer bent.

Maar betekent dat, dat werken ons ervan weerhoudt ook betekenisvolle relaties met anderen aan te gaan? Natuurlijk niet. Er is vaak ook tijd om anderen te leren kennen en van hun persoonlijkheid te genieten als het ware en ze niet slechts als een middel te zien om jouw klus te klaren. En met het werk dat we doen dienen we vaak ook anderen. En het dienen van anderen kan diep bevredigend of betekenisvol zijn of als zingevend ervaren worden.

De vraag is echter wel: welke mensen dien jij in je werk en wat voor betrekking heb je met hen? De mensen die we met ons werk dienen zijn natuurlijk ons gezin, die we onderhouden met ons inkomen; onze collega’s, die we als vrienden kunnen gaan zien en die zodoende op zichzelf ‘doelen’ worden; onze organisatie, die we kunnen gaan ervaren als de ‘stam’ waar we bijhoren en die als zodanig de moeite van het instand houden waard is.

This image has an empty alt attribute; its file name is iStock-1163306661-1200x800-1-1024x683.jpg
‘Je inzetten voor het team’: een team dat voor jou betekenis heeft is veel van de ervoor geleden ongemakken waard
De werkelijke reden dat ik met werken gestopt ben

Na vier reorganisaties in even zovele jaren, waren de relaties met mijn collega’s vrij oppervlakkig geworden. De organisatie waar ik voor werkte gedroeg zich niet langer als een stam, maar bekijkt de mensen die er werken slechts als werknemers (middelen), die niet meer loyaliteit verdienen dan hun arbeidscontract verplicht.

Voor mij was de werkelijke reden om te stoppen met werken niet dat ik eindelijk de dingen wilde doen die ik altijd al wilde doen. De reden was dat het mij vrij nutteloos leek om nog langer te werken voor de mensen voor wie ik werkte, omdat die me weinig meer zeiden – en ik hen blijkbaar niet. Dit terwijl ik het geluk had dat ik mijn gezin ook uit andere middelen kan onderhouden. Wat ik spijtig vind aan de hele situatie is dat die te voorkomen was geweest met een iets andere houding van het bedrijf (en diens cultuur) ten aanzien van mensen.

Ja, ik doe nu meer dingen die ik echt leuk vind en daar ben ik ook blij mee. En ik had dat niet kunnen doen als ik nog (fulltime) had gewerkt. Maar wat ik nog steeds mis is deel uitmaken van iets groters, dat de moeite om voor te werken waard is. Als je het gevoel hebt dat je een hoger doel aan het dienen bent, dan zijn de rotklusjes die daar ook bijhoren niet echt een probleem. Je doet ze met een glimlach, omdat ze evengoed betekenisvol zijn voor je.

Natuurlijk wil ik graag doorgaan met die dingen doen die ik leuk vind. Maar ik zou ook graag weer een groep mensen vinden voor wie ik het de moeite waard vind te werken. Ik wil in feite mijn stam terugvinden.

Ik maak me er geen zorgen over dat me dat binnen een paar jaar zal lukken. Dus ik ben inderdaad vrij content met mijn beslissing. Ik beschouw mezelf niet als rentenier, gezien het feit dat ik ook (deeltijd) ZZP-er ben. De twijfel slaat zeker niet toe. Stoppen met werken bevrijdt je van het moeten leuren met je talenten voor geld om mensen te behagen die weinig om je geven. Het geeft je de vrijheid om alleen je bed uit te komen als en wanneer jij dat wilt.

Maar waar zou je nog je bed voor uit komen als je alleen nog maar op zelfbevrediging bent gericht? Dat is waarom ik denk dat een ‘leuk’ leven overschat wordt. Deel uitmaken van iets groters is minstens zo belangrijk. Dat houdt wel soms in dat je offers moet brengen. Want is dat niet de voorwaarde voor iets om überhaupt van betekenis te kunnen zijn? Zoals Viktor Frankl zei, het ervaren van levensgeluk is een bijeffect van een zinvol leven leiden – niet andersom.

This image has an empty alt attribute; its file name is iStock-667315360-1024x704.jpg
Genieten van wat je doet, terwijl je deel uitmaakt van iets groters is de kunst van het leven

Krijg elk kwartaal gratis nieuwe inspiratie!

Deel het graag!

1 thought on “Wordt een ‘leuk’ leven leiden overschat?”

  1. Dag Rik, helder en herkenbaar verhaal. De laatste tien jaar van mijn werkzame leven heb ik een andere stam gevonden in het onderwijs en binnenkort ga ik met pensioen en ik ben benieuwd wat dan mijn nieuwe stam zal gaan worden… Groet, Jan.

Comments are closed.